Judith Leysner is geïnspireerd door de gedichten én de vurige en tegenstrijdige spirit van Cairo; ze toont een audiovisuele installatie en drie foto’s waarin ze dit beeld vangt. In haar werk onderzoekt Leysner het begrip ‘identiteit’; vooral wat het in een bepaalde context doet. Ze breekt het af en geeft er opnieuw vorm aan. Voor deze expositie maakte ze nieuwe verhalen, in een ander ritme, zoals diep verankerd in de Surinaamse cultuur. Daarin ziet ze een overeenkomst met Cairo: “mijn powesie is een gedicht dat wortelt in een zwart gewricht, van waaruit ik bewegingen tussen de volkeren herschrijf”, aldus Cairo.

Karen Sargsyan verbeeldt Cairo als een dramaturg die de wereld wil verbeteren, door middel van een levensgroot geknipte installatie, opgebouwd uit verschillende lagen papier. Sargsyan: “Cairo was een ambitieuze, charismatische en creatieve man die moeite had met de ‘normale’ wereld. Met zijn werk probeerde hij een mooiere wereld te creëren”. Twee figuren zijn te zien; een figuur met normale proporties – die de perfecte wereld van Cairo verbeeldt, en een kleiner, meer labiel figuur – dat de normale wereld verbeeldt.
Kathrin Schlegel & Hagen Betzwieser benadrukken in hun werk het beklemmende gevoel dat zij kregen bij het lezen van zijn gedichten: “poëtisch, maar met een schrijnend gevoel”. Hun video is een ‘vrije vertaling’ van het gedicht ‘Het lied der vervreemding’ uit 1984 en toont een zwarte ridder zonder paard en zonder wapens. Cairo’s wapen was het woord, zijn poëzie. Als taalvirtuoos streed hij voor de emancipatie van het Surinaamse volk en de Surinaamse taal. Hij stelde zich daarmee kwetsbaar op. In de video van Schlegel en Betzwieser krijgt de kwetsbare ziel een beschermend harnas aan
